Reisschrijfster Iris Hannema over eten op reis. ‘Hoe kleiner het restaurantje, hoe lekkerder het eten.’

27 januari 2019

Ik ben dol op reizen. Ik wil mezelf onderdompelen in een nieuwe cultuur, mooie natuur en monumenten zien, bijzondere mensen ontmoeten en voor mij speelt eten natuurlijk ook altijd een grote rol bij het uitkiezen van een nieuwe bestemming. Wat kan ik daar proeven wat ik nog niet ken?

Ik draaide dat eens om en vroeg mijn favoriete reisschrijfster naar haar ervaringen met eten op reis. En waar Iris Hannema nog eens terug zou komen.

Wat is het gekste dat je ooit hebt gegeten?

“Maden in de Amazone. Het waren van die dikke witte mollige maden van vijf centimeter lang en twee centimeter breed die krioelen in rotte bomen. Ik liep door de jungle in Equador met een gids die me leerde wat je in de jungle wel en niet kunt eten. Hij vond het heel gewoon om maden uit bomen te pulken en die rauw in zijn mond te stoppen. Heel veel proteïne zei hij er bij. Maar ik kreeg het niet door mijn keel. ’s Avonds bakte hij de maden met wat kruiden en pepertjes erbij. Hoe dan ook, wat mij betreft bleven ze oneetbaar, vooral omdat ze open barsten in je mond. De smaak is niet te beschrijven maar ik zou zeggen: krokant goor.” 

Heb je op reis ooit iets wél helemaal opgegeten dat je heel vies vond?

“Bij het smerigste dat ik ooit op at, wist ik ook direct dat ik er ziek van zou worden. Het was in Ethiopië, ergens in the middle of nowhere waar ik gestrand was omdat de bus opeens niet meer verder kon of wilde. Ik mocht bij mensen thuis slapen en er werd gastvrij gekookt alsof de koningin kwam  eten. Die avond stond er rauw geitenvlees met injera, een platte Ethiopische broodachtige pannenkoek, op het menu. Ik hou al niet zo van de smaak van vlees, en zeker niet als het bloederig is, dus stel je voor hoe vreselijk het was om met een bord rauw geitenvlees voor mijn neus te zitten met die lieve familie eromheen die me vol verwachting aankeek. Ik ben er inderdaad echt vreselijk ziek van geworden, een van de ergste voedselvergiftigingen die ik ooit heb gehad.”

Wat was het lekkerste dat je ooit at en waar was dat?

“Japan heeft wat mij betreft de allerlekkerste keuken en alles, echt alles, wat ik er gegeten heb, was goddelijk. Hoe kleiner het restaurantje, hoe lekkerder het eten. In mijn top drie van gerechten staan gyoza, gefrituurde envelopjes van bladerdeeg met zoetpittig gehakt erin, okonomiyaki, de Japanse frittata, en takoyaki, deegachtige octopusballetjes. Ik hoef er maar aan te denken en ik mis Japan al. Mensen zeggen altijd dat Japan heel duur is maar het eten is er juist opvallend goedkoop.”

Hoe bepaal je wat en waar je gaat eten op reis?

“Dat ligt er helemaal aan in welk land ik ben. Ben ik bijvoorbeeld in Amerika, in Californië, dan ga ik heel uitgebreid zoeken naar wat ik wil, online vooral. Ik zoek naar koffiebranderijen, lunchtenten in een bepaalde industriële stijl, de kleine maar steengoede tentjes voor de avond. Geen luxe, dat vind ik niks als ik alleen ben, dan moet het juist klein en toegankelijk zijn. Ben ik in een  andere soort reisland, bijvoorbeeld India, dan kies ik op het oog en met gevoel. Zitten er veel locals, is het er druk, zegt mijn intuïtie dat het oké is? Mijn twee regels zijn: als er niemand zit, nooit gaan eten en als ik het ergens niet vertrouw maar ik vind ook geen beter alternatief, dan eet ik een avond of dag niet. Die zogenaamde hongerklop is denkbeeldig, dat heb ik op reis geleerd. Als er in ieder geval maar drinkwater is, anders wordt het lastig.”

Je woont nu al een tijd in het buitenland. Wat mis je culinair gezien het meest aan Nederland? 

“Echt goeie friet met echt lekkere mayo en bitterballen of kroketten. Het is bij ons thuis traditie dat ik de eerste avond terug in Nederland met mijn ouders naar Friet Hoes ga, een biologische friettent in Haarlem. Dat is dan meenemen en thuis opeten. Echt goeie friet is iets dat geen enkel land heeft behalve wij en de Belgen.” 

Wat eten ze waar je nu woont? Wat is heel lekker, wat vooral niet? “In Frans-Polynesië, waar ik momenteel woon, is het traditionele gerecht rauwe tonijn in kokosmelk aangemaakt met fijngehakte tomaat, ui en citroensap. Dat wordt gegeten met witte rijst en is super, vooral omdat de tonijn hier rond het eiland gevangen wordt; verser kan het niet. Ik ben geen fan van de andere lokale snack met gefrituurde stukjes varken. Dat is zo vreselijk vet gefrituurd. Het varkensvet wordt er niet af gesneden want dat is  net als de huid dé delicatesse. Komt nog bij dat het ook niet altijd varkensvlees is, dat is geregeld niet voorradig. Er wordt hier ook nog altijd hond gegeten en ik raak daarom dan ook op barbecues en feestjes uit voorzorg geen vlees aan. Het schijnt sowieso ook helemaal geen lekker vlees te zijn. Het moet dagen worden gestoofd om er nog iets van te maken.”

Recent posts
Op zoek naar een streetfoodgeheim in Hanoi
Rond een uur of 9 lijkt de stad pas echt te gaan leven. Het is regentijd en door de warmte lijkt al het vocht van de straten wel te verdampen. Mijn 2 euro slippers maken soppende geluiden en mijn voeten worden zwart van de restjes regenwater van de straat. De stad lijkt weer te gaan leven en de damp van de straten geeft een magisch effect in combinatie met de honderdduizend lichtjes. Overal zijn mensen en straten waar overdag niks bijzonders te zien was blijken opeens bezaaid met winkeltjes en kramen. Maskers, plastic speelgoed, souvenirs – er is van alles te koop en voor iedere winkel lijkt bovendien een verzameling van een hele familie plaats te vinden. Maar ik ben opzoek naar eten.